Home » Teaser » De wereld » Dokart Eyian

Dokart Eyian

Intro

De Vampiers en Draca’s hebben al twee weken geen mensenbloed gehad en kijken steeds meer verlangend naar de andere inwoners van de grot. De afspraak dat zij alleen van de offers zouden voeden staat nog steeds maar de honger neemt langzaam de overhand. Het is al een paar keer voor gekomen dat een Draca of vampier zich niet langer in kon houden en naar de nek van een Ork of Goblin sprong. Dat dit geen slimme zet was weten ze allemaal, want enkel en alleen dood komt voort uit dit soort acties… voor beide partijen.

Het volk is bijeen geroepen door de 7 leiders van de grot waar zij wonen. Eerbiedig buigt een eenieder naar de leiders, ongeacht ras, geslacht of afkomst. Onderling fluistert het volk, “weten ze wat er aan de hand is?”, “waarover zou dit gaan?” totdat Dok’tur, de leider van de Orks het volk tot stilte maant en spreekt, “Wij, jullie leiders, zijn bijeengekomen, hebben met elkaar gesproken en hebben besloten: Pak je wapens, trek je harnas aan en neem alleen mee wat je nodig hebt. Volg ons, want VANDAAG TREKKEN WE TEN STRIJDE!”
Na deze woorden barst de menigte uit in wild gejoel, maar niemand weet eigenlijk tegen wie of wat ze gaan strijden. Het maakt eigenlijk ook niet uit, de leiders spraken, dus het zal geschieden.

In dit grottencomplex wonen de duistere rassen door elkaar. De grot bestaat uit een paar grote kamers en meerdere kleine kamers. Er zijn 7 leiders die de bewoners aansturen; voor elk ras 1.
Tezamen beslissen deze leiders wat er gebeurd, hoewel dit natuurlijk meermaals heeft geleid tot de dood van een leider.
In totaal wonen hier ongeveer 100 Vampiers en Draca’s, 200 Orks, 100 Goblins, 100 mensen, 50 Drow, 50 Doom Elves, 100 Gnomes en 70 Dark Dwarves. Dit maakt een totaal van ongeveer 770 inwoners.
Het lijkt alsof de rassen hier wat vrediger met elkaar omgaan maar niets is minder waar. Er zijn nog steeds de nodige schermutselingen en andere duistere praktijken onderling. Ook hier leven de rassen gescheiden en op zichzelf van elkaar en willen ze zo min mogelijk met elkaar te maken hebben.

De kaart

Onderlinge machtsverhoudingen

Drow

De Drow van Dokart Eyian worden in de raad door Uln’Hira vertegenwoordigd. Door de komst van Marjask en de geschiedenis van de Drow in deze grot, delft zij vaak het onderspit in de raad. Dit is goed terug te zien bij de andere Drow die in de grot wonen.
De Drow van Dokart Eyian worden veelal gehaat en verafschuwd door de andere rassen; met name de Vampiers hebben een bloedhekel aan Drow, maar ook de Doom Elves zijn niet vergeten wat de Drow hen ooit hebben aangedaan. De trotse Drow worden in Dokart Eyian volledig ondermijnd en zijn in de ogen van de andere rassen het laagste van het laagste.
Iedereen houdt de Drow met een half oog in de gaten, want een ieder is bang dat ze door hen in de rug worden gestoken of dat de Drow wederom de macht in de grot proberen te grijpen.

Doom Elves

De Doom Elves worden in de raad door Dynhàr vertegenwoordigd. Hij is de koning van de Doom Elves in Dokart Eyian en hij laat niet zomaar over zich heen lopen. Hij is koppig, weet wat hij wil en maakt geen woorden aan iets vuil als dat niet nodig is.
De Doom Elves hebben een hekel aan Drow; ze zijn niet vergeten dat zij eeuwen geleden zich moesten verschuilen in de grot om niet te worden gedood. Ze kijken Drow met de nek aan maar durven in het gezicht van een Drow niets uit te halen. Achter de rug van de Drow om halen ze de meest gruwelijke dingen uit.
De Doom Elves zijn goed bevriend met de Dark Dwarves. Hun pragmatische instelling en ‘niet praten maar doen’ mentaliteit zorgt ervoor dat deze twee rassen graag samenwerken.
Doom Elves besteden wat minder aandacht aan de Mensen. Ze vinden het wel best dat deze wezens, met hun korte levensspanne in de grot leven.
Dan zijn er de Vampiers en Draca’s. Voor de Doom Elves is dit een mes dat aan twee kanten snijdt; aan de ene kant kunnen ze het erg goed met de Vampiers en Draca’s vinden, maar aan de andere kant vinden ze de Vampiers hooghartig en arrogant. De Doom Elves staan milder tegenover de Draca’s, maar ook die schijnen er een handje van te hebben meer naar hun Vampierkant te neigen en ook diezelfde arrogantie te hebben.
De Doom Elves kunnen het prima met de Orks van Dokart Eyian vinden, zeker zodra er speciale feesten of krachtmetingen zijn. De Orks zijn bruut, maar de Doom Elves zijn sneller en slimmer. De twee rassen vinden het niet erg om samen te werken maar de Doom Elves houden altijd elkaars rug in de gaten om niet ten prooi te vallen aan de brute kracht van de Orks.
Er zijn uiteraard ook Goblins. De Doom Elves hebben een hekel aan deze gillende wezens; met hun lange oren komt het gekrijs van een Goblin twee keer zo hard binnen. Het komt dan ook vaak voor dat een Doom Elf de stembanden van een Goblin doorsnijdt.
Als laatste zijn er de Gnomes. Doom Elves snappen helemaal niets van deze wezens met hun techniek en rare uitvindingen, maar ze maken wel dankbaar gebruik van de uitvindingen die er voor zorgen dat hun specialisatie in overleven aan de top blijft.

Dark Dwarves

De Dark Dwarves staan onder leiding van Crotanwor; de Dark Dwarf die in de raad zit. Hij en de koning van de Doom Elves weten samen de raad nog wel eens op stelten te zetten. ‘Niet praten, maar doen’ is een groot motto bij de Dark Dwarves en Crotanwor staat dan ook vaak zij aan zij met de koning der Doom Elves. De koning vindt dit wel grappig en fijn want Crotanwor weet zo hard op een tafel te slaan dat deze scheurt of zelfs breekt. Soms geven de andere leiders in de raad toe aan deze kracht en wordt er op die manier een besluit genomen.
Deze kracht is terug te zien in alle Dark Dwarves van Dokart Eyian, met name tegenover de gehate Drow. Een Dark Dwarf zou in zijn eentje een Drow niet aanvallen, maar zodra ze met meerdere Dark Dwarves zijn doen ze dat wel. Dit komt enkel en alleen voor als een Drow hen een reden ertoe geeft, want anders vinden de Dark Dwarves het oneervol.
De Dark Dwarves zijn dol op Doom Elves; de twee rassen hebben nagenoeg dezelfde instelling en visie, en werken met precisie (en zonder te veel woorden) met elkaar samen. Het enige wat de Dark Dwarves saai vinden zijn de krachtmetingen, want Doom Elves zullen nooit direct een kracht aanval inzetten – ze werken zich er altijd omheen met bluf en vernuft. Dit irriteert de Dark Dwarves.
De Mensen zijn zo divers dat er geen algemene houding is tegenover dit ras. Elk Mens varieert en zo staan de Dark Dwarves ook anders tegenover elk Mens dat zij tegenkomen.
Dan zijn er de Vampiers en Draca’s. De Dark Dwarves vinden beide rassen vreselijk. Vampiers met hun politiek, arrogantie en achterkamertjes gekonkel en de Draca’s die in hun ogen niet meer zijn dan enkel frontlinie voetvolk. Dark Dwarves mijden Vampiers graag en ze weten dat het gevoel geheel wederzijds is.
De Orks worden door de Dark Dwarves eveneens met de nek aan aangekeken. Ze vinden dat Orks alleen maar goed zijn om te vechten want ze zijn zeker niet slim genoeg om het moeilijkere denkwerk te doen. Daarbij komt dat Orks veelal een Goblin op de hielen bij zich hebben wat de hele verhouding alleen maar erger maakt. Ze snappen niet hoe deze wezens in de smerigheid kunnen leven zoals zij dat doen. Deze groenhuiden hebben geen trots of eer in de ogen van Dark Dwarves. Ze zullen dan ook nooit hun rug aan een Groenhuid toevertrouwen.
Als laatste zijn er de Gnomes. Dark Dwarves vinden dit een vreemd volkje maar hebben geen haat jegens hen. In hun ogen hebben de Gnomes hard gewerkt om hun plaats in de samenleving te krijgen en voegen ze daar ook nog een groot nut aan toe met hun kennis.

Mensen

De Mensen worden in de raad door Leah vertegenwoordigd. Zij is een prachtige dame die zachtheid uitstraalt, maar vergis je niet, zij is zo weloverwogen en krachtig dat het lijkt alsof die zachtheid verbleekt bij de woorden die zij spreekt.
De Mensen zijn wat milder gestemd tegenover alle rassen. Ze laveren zich een weg om de conflicten heen en zijn zich zeer bewust van hun kortere levensspanne en hun kwetsbaarheid. Hun haat jegens Drow is lang niet zo diep geworteld als die van de Vampiers en de arrogantie van de Vampiers laten ze makkelijk van zich af glijden. Ze zijn echter wel bang voor de Vampiers en Draca’s en realiseren zich maar al te goed dat zij het voedsel zijn van deze wezens.
Ook de Orks en Goblins houden ze op een veilige afstand want het is niet onbekend dat deze wezens zich overgeven aan kannibalisme en schijnbaar smaken mensen toch echt het lekkerst.
Ze werken alleen graag samen met de Gnomes. De wil van Gnomes om kennis te delen doet de Mensen goed en ze leren veel. Bovendien vormen de gnomes geen risico voor het leven en welzijn van mensen. Helaas sterven de Mensen vaak al van ouderdom voordat ze in de ogen van de Gnomes hun ware potentie hebben bereikt.

Vampiers en Draca’s

De Vampiers en Draca’s van Dokart Eyian worden in de raad door Marjask vertegenwoordigd – de Verlosser. Hij ziet er op toe dat dingen niet uit de hand lopen en heeft vaak het hoogste woord in de raad. Dit maakt dat de Vampiers denken dat zij allen ook het hoogste woord hebben tegenover de andere rassen. De andere rassen vinden hen daarentegen gewoon arrogant.
De Vampiers en Draca’s verachten de Drow. Het liefst zouden ze alle Drow uitmoorden maar Marjask laat dat niet toe. Zijn reden hiervoor is onbekend en het is het enige punt waarop de Vampiers en Draca’s twijfelen aan hun Verlosser, maar zijn woord is wet en dus houden de Vampiers en Draca’s zich op de voorgrond gedeisd. Echter, zodra ze een kans krijgen om achter de rug van de Drow en Marjask iets te doen, dan zullen ze die aangrijpen en het uitwringen.
Ze hebben eveneens een hekel aan de Doom Elves. Dit komt doordat het Elves zijn en eigenlijk dezelfde behandeling zouden moeten krijgen als de Drow. De Doom Elves hebben echter keer op keer hun nut bewezen waardoor de Vampiers en Draca’s niet overgaan tot actie.
De Dark Dwarves genieten ook niet echt een hoog aanzien in de ogen van Vampiers en Draca’s. Ze snappen deze wezens niet en vinden hen lomp. De Vampiers realizeren zich wel dat zij niet zonder de kracht van de Dark Dwarves kunnen. Ze zouden voor de kracht Orks in kunnen zetten, maar die missen ook het genie om dingen uit te voeren, dus zijn ze vaak toegewezen op de Dark Dwarves.
Dan zijn er de Mensen. In de ogen van de Vampiers en Draca’s zijn zij niets anders dan wandelende buffetten. In veel kerkers van Vampiers hangen Mensen die enkel worden gebruikt voor hun bloed. Vampiers en Draca’s zijn wel graag samen met Mensen want het is handig om je maaltijd dicht in de buurt te houden en soms zijn ze nog nuttig voor andere dingen ook!
Dan zijn er de Orks en Goblins. Met name Vampiers verafschuwen deze wezens. Ze vinden ze vies, beestachtig, dom en vervelend. Ze werken alleen samen met de Groenhuiden wanneer ze niet anders kunnen maar het liefst zouden ze deze wezens allemaal doden.
Als laatste zijn er de Gnomes. Ze kunnen het goed vinden met deze wezens omdat hun kennis van grote waarde is. De Gnomes snappen echter wat minder van politiek en het komt vaak voor dat de Vampiers de Gnomes een loer draaien. De Draca’s snappen wat minder van de Gnomes omdat ze hun intellect af en toe niet bij kunnen houden.
Al met al hebben de Vampiers geen ander ras om politiek mee te bedrijven, dus doen ze dat onderling. Op het ene moment is de ene Vampier aan de macht en op het andere moment de andere. De Draca’s begrijpen het politieke spel niet, laat staan dat het ze interesseert, maar ze kijken met veel plezier toe als er weer dingen mis gaan.

Orks

De Orks worden in de raad door Dok’tur vertegenwoordigd. Hij heeft deze status verworven simpelweg doordat hij de sterkste iss. Het komt bij de Orks vaak voor dat de leider wisselt omdat een andere Ork de leider uitdaagt, wint en vermoordt, maar Dok’tur weet zijn positie al 10 jaar vast te houden. Er zijn geruchten dat dit niet lang meer zo zal zijn hij is tenslotte niet meer de jongste en meest kwieke ork.
De Orks verafschuwen de Drow, net als de andere rassen, en zijn zeker niet vergeten dat zij hebben geprobeerd de Orks te onderwerpen. De Orks hebben een laag gevoel van eer en als het ze lukt een Drow te pakken, dan doen ze de meest gruwelijke dingen met hen.
De Orks kunnen het prima vinden met de Doom Elves. Ze vinden met name de feesten en krachtmetingen van de Doom Elves erg leuk. Ze snappen alleen af en toe niet hoe het de Doom Elves lukt om een Ork te verslaan zonder brute kracht.
De Orks vinden de Dark Dwarves maar niks. Ze vinden dat dit ras een te groot gevoel voor eer heeft waardoor er vaak conflict ontstaat. Een Ork zal niet schromen om een Dark Dwarf lafhartig om te leggen maar een Dark Dwarf schroomt daar wel voor. Hierdoor gebeurt het dat de Dark Dwarves vaak boos zijn op de Orks als die eerloos een leven nemen.
Dan zijn er de Mensen. Orks vinden dit wel grappige wezens en kunnen eigenlijk wel goed met hen door een deur. De Mensen zijn zo divers dat de Orks meestal wel het nut van dit ras inzien.
De Goblins zijn de voetvegen van de Orks. In de ogen van Orks horen Goblins zich geheel te onderwerpen aan hen omdat zij het krachtigere Groenhuid-ras zijn. Goblins worden door Orks dan ook als vuil behandeld en ingezet voor van alles en nog wat.
Als laatste zijn er de Gnomes. De Orks zien het verschil tussen een Gnoom en een Goblin niet, behalve dat ze altijd moeite hebben om de Gnomes te pakken te krijgen of te behouden – de Gnomes zijn slim genoeg om de Orks in hun eigen vallen te laten lopen.

Goblins

De Goblins worden niet vertegenwoordigd in de raad van Dokart Eyian. Dit is simpelweg omdat er al een Ork is en dat vinden de Goblins wel goed genoeg. Bovendien weten ze dat er toch nooit iemand naar hen zal luisteren dus nemen ze er de moeite niet voor.
De Goblins van Dokart Eyian hebben niet per se een hekel aan of dikke vriendschap met een ander ras. Ze worden door iedereen behandeld als vuil en eigenlijk komt dat hen goed uit. Als je gezien wordt als ‘oud vuil’ dan ben je al snel niet interessant en kun je dingen uithalen. Het voordeel van met de nek aangekeken worden is dat de meeste wezens geen ogen in hun achterhoofd hebben. Het blijven eigenzinnige wezens die toch wel doen wat ze willen ongeacht de gevolgen.
De kracht van de Goblins ligt dan ook in hun onderlinge verstandhouding. Alleen is een Goblin niets waard, maar zodra ze met een groep zijn dan kunnen zij behoorlijk sterk zijn.

Gnomes

Het laatste ras in de raad, de Gnomes, wordt door Wolphug vertegenwoordigd. Hij is een uitzonderlijk pientere Gnoom die het grotere geheel goed voor ogen kan houden. Hij staat op tegen zijn mede-raadsleden wanneer nodig en hij laat dingen gewoon maar gebeuren wanneer het niet nodig is.
De Gnomes hebben eigenlijk helemaal geen tijd of zin om zich bezig te houden met een algemene rassenhaat. Het verschilt per individu of een Gnoom een hekel heeft aan een ras. Het enige wat zij willen is kennis vergaren en delen.
Het is wel duidelijk te zien dat de Mensen het meeste potentie op het gebied van het verzamelen en uitwisselen van informatie schijnen te hebben. De Gnomes trekken dan ook graag met de Mensen op.
Zodra het aankomt op Drow, Doom Elves, Vampiers of Draca’s veranderen de Gnomes vaak in ja-knikkers, maar dit komt doordat deze rassen vaak een idee hebben en de Gnomes willen maar wat graag de ideeën uitwerken, testen en maken.
Aan Goblins wordt geen tijd besteed, maar Orks worden altijd wantrouwig in de gaten gehouden. Deze brute wezens blijven hen aanvallen en proberen de Gnomes te onderwerpen, maar de Gnomes weten hen met veel vernuft en strategie te snel af te zijn en er ontstaan meestal geen slachtoffers.

De geschiedenis – The Rise of seven

Dit verhaal gaat over de begintijd, nadat de duistere rassen naar de onderwereld waren verdreven. Dit gebeurde zo een 1000 jaar geleden en we zijn inmiddels aangekomen bij de 2e generatie van de langlevende rassen (drow, dark dwarves, vampiers en draca’s). Dit verhaal gaat over de 1e generatie en hoe zij een stabiele structuur hebben gemaakt met een raad. Een enkele Vampier of Draca die nog leeft is nog van de eerste generatie en weet ook nog wat er destijds is gebeurd.

De eerste weken in de ondergrondse van Dokart Eyian waren een chaos. Men zou terecht verwachten dat de duistere rassen hier wel van houden, maar dit was zelfs voor hen te veel.
Elk ras en elk individu moest na de verdrijving naar de onderwereld zijn plek opnieuw vinden. De grot was groot genoeg om iedereen te huisvesten, want ze waren maar met 450 personen. Een aantal rassen was dan ook niet sterk vertegenwoordigd zoals de Dark Dwarves en de mensen – er waren slechts 25 van elk.
De vampiers waren met 40 en de Draca’s ook. Tot ieders verbazing was er een groepje licht-elfen meegekomen die zich de Doom Elves noemden; zij waren nog niet de Doom Elves zoals we ze nu kennen, maar ze verfden hun oren nog steeds om aan te geven dat zij aan de kant van het duister hoorden.
De drow hadden de overhand en waren als ras in de meerderheid; zo’n 150 Drow. Daarbij kwam dat zij zeker 100 slaven bij zich hadden in de vorm van Goblins en Orks, wat hen een zeer krachtige positie gaf. Naast deze slaven waren er ook nog zo een 50 vrijgevochten Goblins en Orks, hoewel de Orks daarin de overhand hadden.

De balans op het moment dat zij huizing namen in de grot:
Drow 150
Doom Elves in spé: 20
Vampiers 40
Draca’s 40
Vrije Orks 35
Vrije Goblins 15
Slaven Orks 30
Slaven Goblins 70
Mensen 25
Dark Dwarves 25

De Drow hadden al snel de macht in de grot van Dokart Eyian in handen en bouwden op de meest prachtige en beste plekken hun huizen.
De Doom Elves leefden op afgelegen plekken en, zoals hen betaamd, overleefden hier. Dit kwam met name doordat Doom Elves meesters zijn in het leven in de schaduwen, het niet opvallen en ongezien wegkomen waar nodig. Hierdoor konden de andere rassen hen bijna niet te pakken krijgen.
Daar in het duister wachtten de Doom Elves hun moment af en plantten zij zich voort.
De Vampiers en Draca’s hadden een wat betere leefomgeving ter beschikking en hoefden niet in de schaduwen te leven. Zij kregen de tweederangs plaatsen voor hun huizen en bedreven politiek met de Drow.
De vrijgevochten Orks en Goblins namen al snel bezit van een gangenstelsel in het noorden. Daar bouwden zij in rap tempo een leefomgeving waar geen enkel ander ras ook maar een voet zou willen zetten. Ze leefden daar rustig maar hadden weinig, want hun veilige haven verlaten durfden ze niet; ze waren bang voor de Drow en hun grootmacht. Gelukkig voor hen waren er een paar dappere slaven die zo nu en dan middelen hun kant op schoven.
De Dark Dwarves die aan waren gekomen in Dokart Eyian graafden zich meteen in in een gebied dat volgens de Drow onleefbaar was. De Dark Dwarves dachten daar anders over en met koppigheid en volharding bouwden zij daar hun thuis. Ze groeven zich in en hadden nauwelijks contact nog met de andere rassen.
Tot slot waren er nog de Mensen, slecht vertegenwoordigd en zij kregen de derderangs plaatsen in de grot. Omdat zij met weinig waren hadden zij weinig ruimte nodig, maar in hun dagelijks leven waren zij bang voor de drow.
De Drow en hun slaven waren immers met de meesten en alle rassen die niet weg konden komen voelden de druk. Het kwam regelmatig voor dat een Drow iemand stond af te zwepen op een openbare plek, simpelweg omdat het kon. Dit was omdat zij met meer waren en het konden maken; gewoon omdat zij hun sadistische trekken ergens kwijt moesten.
De Drow regeerden door middel van angst en al snel hadden ze het voor elkaar dat niemand anders meer ook maar een vinger naar hen durfde uit te steken.
Gebogen onder angst, littekens en bloed leefden de andere rassen een armoedig bestaan en de Drow leefden vorstelijk.

Deze indeling en machtsverhouding hield een paar decennia stand, maar het afzwepen van willekeurige personen die ze onderweg tegenkwamen werd steeds minder leuk. Vaak vluchtten anderen weg voordat de Drow überhaupt in de buurt waren en als ze er eentje te pakken kregen, dan stribbelde die niet tegen. De lol was er na die jaren eigenlijk wel van af.
De Matron Mother was al een paar weken aan het overwegen om eropuit te trekken en alle andere rassen uit te moorden; ze zou Dokart Eyian een ware Drow-grot maken waar elk ander ras als slaaf zou leven. De andere rassen kregen een optie, slaaf worden of doodgaan.
Ze was al bezig met de voorbereidingen toen haar huis ineens werd aangevallen. Tot haar verbazing waren deze aanvallers niet de onderdrukte rassen, maar haar bloedeigen ras; een van de lagere huizen viel haar aan. De Matron Mother vaagde het betreffende huis met een grootmacht weg en bleef zo aan de macht. Het huis dat was aangevallen was toch maar klein en ze verloren slechts 10 Drow. De overige Drow van dat huis die niet de dood bevonden, nam zij in huis.
Er ontstonden steeds vaker schermutselingen onder de Drow en zo kwam het dat zij steeds minder vaak de andere rassen aanvielen. De andere rassen bemoeiden zich er niet mee en waren blij met de adempauze die zij kregen.

Er ontstond echter rumoer onder de Vampiers en Draca’s. Er was een voorspelling gedaan die stelde dat er een Vampier zou opstaan die hen de weg zou leiden – een vampier die blind zou zijn.
Een van de Vampiers had een mens van straat geplukt. Deze man had niets of niemand meer om voor te leven en het was hem om het even wat er met hem zou gebeuren. De vampiers wilden grotere rangen en besloten deze beste man toe te voegen. Wat zij echter niet verwachtten was dat hij de Vampier van de voorspelling was.
Nadat de man was veranderd werden zijn ogen melkachtig wit en verloor hij zijn zicht. Marjask, de uitverkorene was geboren. Een hogere macht wees hem de weg en alle Vampiers en Draca’s aanbaden hem. Marjask leeft tot op de dag van vandaag en bezit  1 van de plekken in de raad.
Marjask stuurde de Vampiers en Draca’s aan om alle andere rassen te overtuigen in opstand te komen tegen de Drow. Langzaam maar zeker verspreidde het woord zich en steeds meer rassen besloten dat het de moeite waard was om de Vampiers te helpen – zolang zij maar niet de eerste uitval hoefden te doen.
Deze ‘ziekte’ werd ook onder de slaven van de Drow langzaam geïmplementeerd en binnen een paar jaar hing er een dagelijkse spanning in de lucht die bijna te proeven was.
Toen kwam de dag dat het tijd was voor een slag. De Vampiers en Draca’s leidden de weg, gevolgd door de andere rassen. De Drow kwamen hier uiteraard tegen in beweging, maar wat zij niet hadden verwacht was dat hun eigen slaven zich tegen hen zouden keren.
De Doom Elves kropen op dat moment uit hun schaduwen, en ze waren met meer dan ooit tevoren. Tevens waren zij de echte Doom Elves, want Mortias had zijn gratie al gegeven.
Van alle kanten werden de Drow aangevallen en konden zij niet langer op tegen de strijdmacht die de rest van de grot nu vormde. Alle huizen werden vernietigd en slecht een klein percentage van de Drow wist in leven te blijven. Zij waren zo verstandig om zich over te geven en zouden wachten tot ze weer hun slag konden slaan.
De Vampiers en Draca’s waren nu de grootste macht en ze waren wild van al het bloed. Ze wilden meer macht en nadat de strijd met de Drow was gewonnen keerden zij zich tegen de andere rassen. Ze waren zeker aan de macht gekomen als Marjask niet had ingegrepen.  Hij bedaarde de Vampiers en Draca’s en zorgde dat er niet nog meer bloed zou worden verspild.
Na deze slag in Dokart Eyian bleef het rustig. Alle rassen gingen terug naar hun respectievelijke leefomgeving (behalve de Drow, die waren gevangenen van de Vampiers) en in de decennia die volgden was er geen enkel ras dat aan de macht was.
Alle middelen die van het oppervlak kwamen werden – onder leiding van Marjask – netjes verdeeld en niemand kwam nog langer te kort.
De rassen die al die tijd in onderdrukking hadden geleefd kwamen langzaam uit de schaduwen en breidden zich uit.
Elk ras had wel een persoon die zij het liefst naar voren schoven als er belangrijke beslissingen moesten worden gemaakten langzaam maar zeker ontstond er een raad die bestond uit 1 afgezant van elk van de 5 grote rassen: 1 Ork, 1 Mens, 1 Vampier zijnde Marjask, 1 Dark Dwarf en 1 Doom Elf. De Drow hadden nog steeds geen zeggenschap en leefden nog gevangen.
Eindelijk leek het erop dat Dokart Eyian zich stabiliseerde en er een soort van vrede was behaald. Inmiddels was er meer dan 150 jaar verstreken sinds hun verdrijving, dus het werd ook wel eens tijd.

Zo’n 50 jaar ging voorbij in relatieve vrede totdat er ineens een muur instortte in ten Noord-oosten in de grot. Achter deze ingestorte muur kwam een nieuw gangenstelsel tevoorschijn. Het ging om een redelijk groot gebied dat meer ruimte zou bieden aan de rassen, maar dit stuk grottenstelsel had al inwoners – een vreemd soort wezens met een blauwe huid dat de andere rassen nog nooit eerder hadden gezien.
Deze wezens waren al snel door heel Dokart Eyian te vinden en onderzochten alles met een nieuwsgierigheid die niet leek te stoppen. Binnen een paar weken waren de verwoeste huizen van de Drow weer in opbouw en waren de Gnomes volledig in de grot geïntegreerd.
Nu dat de Drow-huizen weer in wederopbouw waren wilden de Drow terug naar hun eigen huizen. Na een dagenlang beraad in de raad werd dit verzoek goedgekeurd.
Het duurde daarna nog jaren voordat een Drow en een Gnoom een plek kregen in de raad en zo mee konden beslissen over Dokart Eyian.

Tempels

Dokart Eyian kent een aantal Tempels en de meest bekende daarvan is Yath dal l’Orbb. Deze Tempel is van origine door de Drow gevestigd en in de tijd voor hun val werd hier uitsluitend Lolth aanbeden.
Nadat The Rise of Seven had plaatsgevonden werd deze Tempel een plek waar alle Goden werden aanbeden (op Sifaluun na natuurlijk).
De Tempel heeft zijn naam weten te behouden vanwege de 8 poten van de spin; net als de 8 Goden van het pantheon. Ondanks dat Sifaluun daar niet wordt aanbeden is er 1 poot vrij voor dit God-wezen. De duistere rassen proberen al enig tijd te achterhalen wie en wat Sifaluun is en dan mag hij/zij de rechtmatige plek innemen.

Naast deze Tempel waar alle goden worden aanbeden zijn er nog een aantal Tempels. Deze zijn opgezet door een specifiek ras of omdat deze Goden veelal werden aanbeden. Ook zijn er Tempels waarbij soms meerdere Goden (maar niet allemaal) worden aanbeden.

Tempel van Lolth
Musteri frá Lista is de Tempel van Lolth en wordt door de Drow beheerd. Als non-Drow mag je hier niet naar binnen en heb je niets van doen met deze Tempel.
Naast deze Tempel zijn er her en der nog een paar kleine gebedsplaatsen van Lolth waar iedereen mag komen. Dit zijn vaak kleine huisjes waar enkel een altaar in staat en waar net genoeg ruimte is voor 10 personen om binnen te treden. Deze gebedsplaatsen hebben geen vaste personen die ze onderhouden en de ceremoniën zijn spontaan en afhankelijk van het feit of dat er een priesteres is of niet.
De Drow uit Dokart Eyian weten dat deze gebedsplaatsen er zijn maar tonen hier geen interesse in. Ze vinden deze kleine ‘tempels’ eigenlijk blasfemie jegens Lolth, maar ze willen een oorlog voorkomen en dus gaan ze er niet op in.

Tempel van Mortias
Mustri Frá Andlát is de Tempel van Mortias die wordt beheerd door de Doom Elves. In deze Tempel is iedereen welkom om Mortias te aanbidden.
De Tempel is echter 1 dag in de week gesloten voor elk ander ras behalve de Doom Elves. Er wordt gezegd dat er op dat moment de meest gruwelijke rites die je je maar kan bedenken plaatsvinden – van het oproepen van grootse ondoden, tot het ontleden van zielen en andere vreemde experimenten.

Tempel van Tydon
Midden in het territorium van de Gnomes staat de Tempel van Tydon genaamd Mustri Frá Deila. Deze Tempel wordt door Gnomes beheerd, maar iedereen is er welkom.
De Gnomes willen hun kennis graag verbreden en delen en zijn de grootste aanhangers van Tydon, dus de deuren van deze tempel staan voor iedereen open.
De ceremoniën worden vaak geleid door een Gnome, maar het komt ook voor dat iemand anders van een ander ras de ceremonie leidt om kennis te delen.
Er wordt gefluisterd dat Akaill hier ook zachtjes wordt aanbeden, maar dit heeft nog nooit iemand daadwerkelijk zien gebeuren.

Tempel van Soïtura, Livitia en Fortinia
Musteri frá Blooi is de Tempel waar Soïtura, Livitia en Fortinia worden aanbeden. Deze Tempel is te vinden aan de rand van het Groenhuidengebied en wordt door Orks beheerd.
Soïtura is de voornaamste Godin die hier wordt aanbeden vanwege de hoeveelheid Orks die deze plaats trekt,maar zoals vele Orks betaamt wijden ze vaak een kort en zacht gebedje aan Livitia.
Door de hoeveelheid Orks die er zijn en het feit dat deze Tempel aan de rand van het Goblin gebied ligt wordt Fortinia ook sterk aanbeden door de Goblins die er komen.
Vele andere rassen die naar deze Tempel komen om hun Godin te eren zijn vaak op hun hoede vanwege de hoeveelheid Groenhuiden die er aanwezig zijn.

Groeperingen

Skarlat Reykur
Skarlat Reykur – of ‘Scar’, zoals ze in de volksmond worden genoemd – is een groep Vampiers en Draca’s die de ‘orde’ binnen Dokart Eyian handhaven. Zij zien er op toe dat iedereen voldoende voedsel, drank  en andere spullen van de offerplaats krijgt.
Bij de offerplaats zijn er altijd 4 leden van Scar aanwezig. Zij zien het als eerste als er offers zijn, maar een groot deel van de leden van Scar is corrupt en het is meermaals voorgekomen dat offers al waren gebruikt of gestolen voordat De Verdeler erbij was. Iedereen weet dat ze corrupt zijn en er zijn meerdere malen rellen tussen Skarlat Reykur en de rest van het volk geweest, maar de rangen van Scar worden snel aangevuld; de offers die verdwijnen zijn vaak een paar weken later zelf Vampier of Draca en onderdeel van Scar.
Skarlat Reykur zijn tevens de bewakers die er op toe zien dat de Drow niet weer de macht grijpen, zoals ze dat eeuwen geleden hebben geprobeerd.
Skarlat Reykur voert als teken twee naast elkaar geplaatste, zwarte driehoeken met de punt naar beneden op een bloedrode achtergrond. De rangen zijn te herkennen aan het aantal kleine driehoeken dat op de borst staat; hoe meer driehoeken, hoe hoger de rang.

Deze groep is opgericht door Marjask en hij is de hoogste leider van Sarklat Reykur. Binnen deze groep zijn er tal van Lords, Heartlings en Minions actief die er dagelijks op toezien dat alles naar behoren verloopt.
Er zijn verschillende rangen en posities binnen Skarlat Reykur. Zo zijn er de gewone Minions die allerlei klusjes opknappen en zijn er Minions die deze laagste Minions aansturen. Er zijn Heartlings die vuile karweitjes opknappen en losse eindjes afhandelen en uiteraard zijn er de Lords die op het geheel toezien en aansturing geven.
Daarnaast is er nog de positie van De Verdeler. Hij is een Vampier die alle offers eerlijk over alle personen in de grot verdeeld.

De Tanden van het Bloed
Binnen Dokart Eyian bevindt zich een beweging waarvan de leden zichzelf ‘De Tanden van het Bloed’ noemen.
Deze kleine orde bestaat uit bloedmagiërs, aanhangers en priesters van Soïtura, Livitia en Fortinia. Elk ras in deze orde is vertegenwoordigd, maar de hoofdmoot bestaat uit Orks.
De groep bestaat uit huurlingen die zich bezighouden met strijd en genezing. Ze worden vaak ingehuurd om conflicten uit te vechten of om te genezen. Deze orde heeft dan ook weinig regels en nagenoeg geen gevoel voor eer. Het is simpelweg een kwestie van van kristal; wie het meeste betaalt heeft De Tanden van het Bloed aan zijn of haar zijde. Het komt dan ook vaak voor dat er op het slagveld leden van De Tanden van het Bloed ter plekke worden om-  of afgekocht.

Bijzondere individuen

Het verhaal van Leria en Mandouren
Er is niemand in Dokart Eyian die twijfelt aan de goede relatie tussen de Dark Dwarves en de Doom Elves; de leefwijzen van deze twee duistere rassen sluiten goed op elkaar aan en de koningen van beide rassen staan vaak zij aan zij in – en tegenover – de raad. Als de verhalenvertellers van dit grottenstelsel mogen worden geloofd, dan bestaat deze verstandhouding al sinds de eerste ontmoeting tussen een Dark Dwarf en een Doom elf.
Dit verhaal gaat terug naar de tijd dat de Drow de grootste macht in Dokart Eyian waren en speelt zich kort voor de komst van Marjask af. Leria was een Dark Dwarf en een gerespecteerd krijgster, maar ze had tevens de reputatie om strijdlustig en de koppigste Dark Dwarf in het grottenstelsel te zijn. Op een dag kreeg ze ruzie met haar familie over een handelsconflict dat zij hadden met één van de Drow families; Leria wilde de strijd met hen aangaan, maar haar familie was hier tegen. Ze liep van huis weg, maar had te laat door dat ze werd achtervolgd door vier leden van de Drow familie, die haar wilden gebruiken om haar familie onder druk te zetten.
Koppig als ze was besloot om Leria om met de Drow in gevecht te treden, maar haar achtervolgers waren met meer en bewezen zich eveneens bekwame krijgers. De Drow, op hun beurt, kwamen al snel tot de conclusie dat hun beoogde gevangene zich niet over zou geven en besloten dat het beter was om haar te doden. Dit laatste zou ook zijn gebeurd, als Leria op dat moment niet plotseling werd bijgestaan door een gemaskerde vrouw die uit de schaduwen sprong en één van de Drow uitschakelde. Leria maakte dankbaar gebruik van de afleiding om een andere aanvaller tegen de grond te slaan. Het tweetal maakte korte metten met de resterende twee Drow, waarna de gemaskerde krijgster, tot de verbazing van Leria, de wonden van het viertal begon te verbinden.
Leria vroeg de andere vrouw waar ze mee bezig was, waarop deze met weinig woorden stelde dat de dood van haar aanvallers door de andere Drow als een excuus zouden kunnen worden gebruikt om een groter conflict te creëren. De Dark Dwarf moest toegeven dat haar redster daarmee wel een goed punt maakte. Ze wilde de andere vrouw bedanken door haar kristal te bieden, maar dit werd beleefd afgeslagen; de gemaskerde krijgster zei haar dat het gevecht beloning genoeg was. Leria, die deze houding goed kon begrijpen, zette desalniettemin haar kristalbuidel op de grond, alvorens haar weg te vervolgen.
Toen de gemaskerde vrouw merkte dat de Dark Dwarf daarmee niet terug leek te keren naar het gebied van haar soortgenoten vroeg ze aan haar waarom ze niet haar huis ging. Leria antwoordde simpelweg dat haar thuis niet langer daar was, waarop de ander haar enkele seconden bestuderend aankeek en haar vervolgens uitnodigde om haar naar een afgelegen deel van de grot te volgen. Daar zou niemand haar zou storen. Daar aangekomen vroeg Leria wie haar redster eigenlijk was, en de krijgster nam haar masker af en stelde ze zich voor als Mandouren, één van de Doom Elves.
Mandouren was een Doom Elf die, net als Leria, ruzie had met haar soortgenoten, hoewel dit in haar geval betekende dat ze de sociale interactie met de andere Doom Elves tot een minimum beperkte, terwijl ze wel haar steentje bijdroeg. Ze vertelde Leria dat ze haar had geholpen deels omdat ze bewondering had voor de moed die de Dark Dwarf had getoond door in haar eentje tegen vier Drow te willen vechten en deels omdat ze zich had afgevraagd  hoe goed haar sluipaanvallen tegen de Drow zouden werken.
De twee krijgsters kwamen, ieder voor haar eigen redenen, overeen om niet over hun ontmoeting of het bestaan van de ander te spreken. Ze bleven elkaar echter ontmoeten, soms om te praten en soms om te trainen, en zo ontstond er over de loop van enkele weken een band van vriendschap tussen de Dark Dwarf en de Doom Elf.
Na de komst van Marjask, toen alle rassen zich tegen de Drow verenigden en zelfs de Doom Elves uit de schaduwen traden, verschenen Leria en Mandouren zij aan zij in de strijd – dit tot grote verbazing van hun respectievelijke families. Mandouren vocht als de schaduw van Leria, die zich op haar beurt vol overgave tegen de Drow aanwierp, en iedereen die hen beiden zo bezig zag was onder de indruk. De twee krijgsters werden na de overwinning op de Drow met hun families herenigd en door hen omarmd. Leria en Mandouren, die in de afgelopen weken veel van elkaar hadden geleerd, waren het erover eens dat het tijd was om naar hun families terug te keren.
Echter, Leria en Mandouren bleven vriendinnen, sparringpartners en strijdmakkers en kwamen geregeld bij de ander over de vloer. Hun samenwerking en wederzijdse acceptatie waren een voorbeeld voor de toenmalige leiders van de Dark Dwarves en de Doom Elves en wordt daarom door velen gezien als deel van de basis van de huidige verstandhouding tussen deze rassen.

Een dag uit het leven van Dokart Eyian

Het dagelijkse leven in Dokart Eyian is na het wegvallen van de wand niet echt veranderd, hoewel er sindsdien meer Doom Elves, Orks en Gnomes vanuit Ains Eyian naar dit grottenstelsel zijn gekomen. De duistere rassen die hier wonen leven in relatieve vrede met elkaar samen en bijna ieder ras heeft een vertegenwoordiger in de raad die belast is met het nemen van de belangrijke beslissingen. Hoewel deze onderlinge verstandhouding al decennia stand houdt wil dit absoluut niet zeggen dat er niet de nodige conflicten zijn, noch dat ieder ras een gelijkwaardige positie heeft; de Vampiers en de Draca’s hebben sterke positie, waar de Drow het laagst op de sociale ladder staan.
Men is vrij in het volgen van zijn of haar god en in het beleven van haar of zijn religie. Er zijn meerdere tempels aanwezig, waaronder één centrale tempel genaamd Yath dal l’Orbb.
De dagelijkse gang van zaken in Dokart Eyian draait vooral om de samenwerking tussen de duistere rassen die hier leven, hoewel men er goed aan doet om een paar ogen in het achterhoofd te hebben; de Vampiers en Draca’s leven nog steeds van bloed en bepaalde religieuze praktijken vereisen nu eenmaal een offer of twee. Daarnaast blijven de politieke verstandhoudingen een factor en kan de ordehandhaving met de juiste middelen worden bijgestuurd.