Home » Teaser » De wereld » Ains Eyian

Ains Eyian

Intro

De bewoners van de grotten en catacomben van Ains Eyian staan voor een groot probleem. Al enkele maanden is er geen voedsel van de bovenwereld gekomen in hun putten of voor hun grotten. Het is dat zij toegang hebben tot voedsel dat groeit op de gesteentes in de grotten en de vissen die zwemmen in de rivier, anders waren ze al lang gestorven van de honger. Maar de paddenstoelen smaken droog zonder hertenvlees, en hun vis smaakt enkel naar water zonder de gewassen van de bovenwereld.
De Drow hebben steeds meer moeite hun slaven onder controle te houden en de andere rassen te onderdrukken.
Maar vandaag is er iets gaande. Drow boodschappers zijn er  met spoed op uit gestuurd om de leiders van de andere rassen te informeren. Het smidsvuur bij de Dark Dwarves laait harder dan ooit, de Groenhuiden zijn in rep en roer, en zelfs op dit tijdstip van de dag zijn er ineens erg veel Vampiers en Draca’s actief.
De leiders roepen hun volkeren bijeen en spreken hen toe. “Pak je wapens, trek je harnas aan en neem alleen mee wat je nodig hebt. Volg mij, want VANDAAG TREKKEN WE TEN STRIJDE!”
Alle rassen weten dat ze geen keuze hebben. Als de Matron Mother dit eist, dan zal het gebeuren, want zij die hier geen gehoor aan geven zullen de gevolgen ervan ondervinden.

In dit grottencomplex zijn verschillende spelonken waar de rassen wonen; bijna elk ras heeft zijn eigen spelonk. Schermutselingen, martelingen en dood vinden hier dagelijks plaats tussen de rassen. Maar het staat buiten kijf dat de Drow hier de baas zijn.
Er is één iemand die alles en iedereen aanstuurt en dat is de Matron Mother Ellifu’da Da’nakor. Haar rechterhand is de Patron genaamd Yivvin Da’nakor. Tezamen regeren zij dit grottencomplex.
In totaal wonen hier ongeveer 500 Drow, 300 Doom Elves, 300 Dark Dwarves, 200 Vampiers en Draca’s en zo’n 300 slaven bestaande uit groenhuiden, mensen en de sporadische gnoom of Darthiir. Dit maakt een totaal van ongeveer 1600 inwoners.
Elk van deze rassen heeft hun eigen leiders, maar in het grottencomplex is Ellifu’da Da’nakor de baas.
Sporadisch overlegt zij met de leiders van de verschillende rassen, maar zij hecht weinig waarde aan hun mening en laat zich leiden door Lolth.

De kaart

Onderlinge machtsverhoudingen

Drow

De Drow zijn de regerende partij in de grotten van Ains Eyian. Onder leiding van Matron Mother Ellifu’da Da’nakor zaaien zij angst en haat onder de andere rassen van de grot. Echter, niemand durft  tegen hen in te gaan want  de geschiedenis heeft geleerd dat dit enkel leidt tot het uitmoorden van je familie, of erger, je ras.
Hoewel de andere vrije rassen hun leiders hebben, luistert de Matron zelden naar hun adviezen. Ze duldt deze leiders en dood hen niet omdat er honderden jaren geleden een deal is gesloten die tot de dag van vandaag nog steeds stand houd.
De Drow uit Ains Eyian zijn over het algemeen van mening van dat alle andere rassen inferieur zijn en zo behandelen ze dan ook elk ander ras, maar er zijn subtiele verschillen.
De Doom Elves zijn Elfen, net als Drow, maar veel Drow vinden de alliantie van de Doom Elves naar het duister nog steeds twijfelachtig. Alle Doom Elves worden dan ook behandeld als zijnde lager dan mannelijke Drow.
Dan zijn er de Vampiers en Draca’s. Vampiers met hun gevoel voor politiek worden gewantrouwd door de Drow; het zal niet de eerste keer dat een Vampier iets achter hun rug flikt en daarom zijn Drow altijd op hun hoede rondom deze wezens. De onvoorspelbare staat van een Draca wordt eveneens nauwlettend in de gaten gehouden want ondanks dat Draca’s het bloed van Drow niet lekker vinden zullen ze niet twijfelen om bij een van hen de strot open te scheuren als ze de kans krijgen.
Als laatste van de ‘meerderwaardige’ rassen zijn er de Dark Dwarves. Drow begrijpen dit ras nog steeds niet en snappen met name niet hoe ze zo ruw kunnen zijn. Politiek bedrijven met deze Dwergen is er dan ook niet bij en de verstandhouding is puur gebaseerd op wie de grootste mond heeft. Tot op heden hebben de Drow deze overmacht gehad door hun listen en bedrog, maar er zijn tijden geweest dat Dark Dwarves met brute kracht hebben geprobeerd het tij te keren.
Tot slot zijn er nog de slaven bestaande uit Mensen, Gnomes, Goblins en Orks. Deze rassen hebben in de ogen van de Drow niks te zeggen, niks te willen en zeker niks om voor te leven behalve van het dienen van de Drow. Dit is, volgens de Drow, een enorme eer waarvoor de minderwaardige voetvegen eeuwig dankbaar zouden moeten zijn. Ze worden ingezet voor alles waar een Drow te nobel voor is; zij dat vechten en meteen sterven op de frontlinie, het schoonmaken van een huis of het object zijn van een marterlaar of onderzoeker. Het maakt niet uit, zij zijn toch niets waard en planten zich zo snel voort dat er altijd wel nieuwe zijn.

Doom Elves

De Doom Elves uit Ains Eyian hebben een koning die al een paar eeuwen regeert over de driehonderd Doom Elves in de grot.
De koning, genaamd Taïdir Dynhona, is een geharde Doom Elf die meer littekens dan huid heeft. Zijn toewijding aan Mortias is onbetwistbaar en hij zal, indien nodig, zijn leven geven voor zijn onderdanen.
De Doom Elves van Ains Eyian hebben het liefst zo min mogelijk te maken met de Drow. Ze vinden dat Drow langdradig zijn in al hun doen en laten. Ditzelfde vinden ze ook van de Vampiers.
Daar staat tegenover dat ze met de Draca’s  beter zijn bevriend; de wilde staat van de Draca’s haalt een soort speelsheid in de Doom Elves naar boven waar ze zich maar al te graag aan overgeven. Maar ze zijn altijd op hun hoede rondom de Draca’s omdat deze wezens erg onvoorspelbaar kunnen zijn.
De Doom Elves en de Dark Dwarves werken graag zij aan zij met elkaar omdat de Dark Dwarves niet alleen van aanpakken weten, maar ook van doorpakken. Communicatie en daden zijn snel en ze begrijpen elkaar goed. Deze twee rassen zoek elkaar, gegeven het eeuwig drukkende regime van de Drow, vaak op.
Als laatste zijn er de slaven. Doom Elves hebben zelf een paar slaven in de vorm van Mensen en Gnomes omdat zij nuttig zijn op vele vlakken, maar ze willen hier zelf zo weinig mogelijk mee van doen hebben en daarom worden de slaven bij de Doom Elves vaak beter behandeld dan bij Drow.
Goblins maken de Doom Elves over het algemeen genomen gek omdat die meer dan eens alles in de war schoppen. De Doom Elves en de Orks hebben een fragiele verstandhouding; Doom Elves zijn aangewezen op snelheid en truckjes en Orks hebben brute kracht – een eigenschap die de Doom Elves vrezen.

Vampiers en Draca’s

De Vampiers van Ains Eyian beramen graag in het duister en bedrijven achterkamertjes-politiek met wie ze maar kunnen.
De Vampiers en Draca’s staan onder leiding van twee zussen – Delilah Vondrack is de leidster der Draca’s en Lucia Vondrack is de leidster der Vampiers. Samen hebben zij het gezag over de 200 Vampiers en Draca’s van Ains Eyian. De beslissingen maken zij samen en als er iets voor hun rassen moet worden overlegd zijn ze altijd met z’n tweeën. Ze worden ook wel ‘De Tweeling’ genoemd omdat ze onafscheidelijk zijn; Delilah en Luciua lijken niet exact op elkaar, maar de twee zijn onmiskenbaar zussen.
De Vampiers en Draca’s staan in Ains Eyian samen als 1 front, maar de Vampiers zijn meer van het politieke spel en de Draca’s zijn meer van het vechten en doden.
De verstandhouding met de andere rassen is haast warm te noemen vanuit deze Vampiers en Draca’s.
De Vampiers mengen zich graag met Drow en trekken de Draca’s daar in mee. Dit komt doordat Drow zeer interessant zijn op machtsgebied. Het enige waar ze zich aan irriteren is de sadistische trek die de Drow hebben, maar de Vampiers en Draca’s bedenken zich dan dat het leegdrinken van een mens niet minder sadistisch of pijnlijk is.
De Vampiers hebben weinig met de Doom Elves. Zij vinden hun beestachtig, onbeschaafd en ongeduldig. De Draca’s daarentegen kunnen het wel goed vinden met de Doom Elves en zij handelen dan ook graag met elkaar.
De Dark Dwarves vinden de Vampiers en de Draca’s de Dark Dwarves maar niks. Ze zijn zeer handig om in te zetten op het zware werk, maar ze kunnen er geen politiek mee bedrijven. Een Dark Dwarf is lastig van achteren te benaderen in politiek spel en als je te ver gaat dan hakken ze zonder nadenken je hoofd eraf.
Als laatste zijn er de slaven. De Vampiers en Draca’s hebben veel menselijke slaven die voor hen dienen als wandelende bloedbanken. Sommige van deze mensen kennen geen ander bestaan dan de kerker waar ze in vast zitten en waar hun bloed wordt afgenomen op de meest gruwelijke wijzen.
Voor Gnomes, Goblins en Orks halen de Vampiers en Draca’s hun neus voor op en deze geven ze liever weg aan de Drow. Er zijn een aantal van deze wezens in hun dienst, maar het is eigenlijk niet noemenswaardig.

Dark Dwarves

De Dark Dwarves staan onder leiding van Koning Jomreck Brateac, die samen met een aantal vertrouwelingen 300 dwergen aanstuurt.
Het is geen geheim dat hij de Drow en hun Matron intens haat, maar Jomreck houdt hen vanuit politiek oogpunt te vriend. Hij stuurt vaak een van zijn vertrouwelingen om zaken met de Matron te doen.
Deze haat voor Drow resoneert in alle Dark Dwarves in Ains Eyian, een uitzondering daargelaten; ze zullen zich in het gezicht van een Drow niet respectloos gedragen, maar contact tussen de twee rassen gaat altijd gepaard met veel wrijving.
De Dark Dwarves kunnen het zeer goed vinden met de Doom Elves en Jomreck is bevriend met hun Koning, Taïdir Dynhona. Hun wederzijdse begrip voor elkaars karaktereigenschappen zorgt ervoor dat deze twee rassen zeer goed kunnen samenwerken.
De Dark Dwarves hebben weinig met de Vampiers en Draca’s, hun verstandhouding is dan ook puur zakelijk en verder willen de Dark Dwarves weinig te maken hebben met deze bloedzuigers.
De Dark Dwarves van Ains Eyian zijn een trots volk en vinden dat zij alles zelf kunnen en daarom zijn er bijna geen slaven – in de vorm van Mensen, Gnomes, Goblins of Orks – in hun dienst te vinden. Hun contact met deze rassen is dan ook zeer beperkt en zal alleen plaatsvinden als ze iemand van een ander ras spreken die een dergelijke slaaf bij zich heeft. Ze hebben dan ook enigszins moeite met zich juist opstellen tegenover slaven en behandelen ze eigenlijk als de laagste Dark Dwarf van de samenleving – iets dat in de ogen van de andere rassen, zeker de Drow en de Vampiers, nog steeds te hoog is.

Slaven (de mensen, gnomes, goblins en orks van Ains Eyian)

De slaven van Ains Eyian hebben weinig te vertellen. De ene Lord is gemener dan de andere en hun omgang is dan ook niet gebaseerd op ras, maar op hierarchy. De ene slaaf zal een hekel hebben aan Drow wegens persoonlijke redenen, terwijl een andere slaaf nog nooit van zijn leven een Drow heeft gezien.
De slaven onderling maken nauwelijks onderscheid in ras. Iedere slaaf is hetzelfde lot toebedeeld en ze begrijpen elkaar daarom erg goed, maar er zijn een paar kleine uitzonderingen op de regel. De goblins met hun irritante gedrag zijn het laagste van het laagste en de andere rassen verafschuwen hen vaak. De Orks lijken dan ook de baas over de Goblins maar ook de Gnomes met hun wijsheid weten vaak de Goblins in bedwang te houden.

Geschiedenis – The Reign of Da’nakor

Dit verhaal gaat over de begintijd nadat de duistere rassen naar de onderwereld waren verdreven. Inmiddels is dat zo een 1000 jaar geleden en zijn we aangekomen bij de 2e generatie van de langlevende rassen (drow, dark dwarves, vampiers en draca’s). Dit verhaal gaat over de eerste weken en hoe de Drow aan de macht kwamen in Ains Eyian.

De eerste weken na de verdrijving naar de grot van Ains Eyian waren zwaar geweest en zij die geen Drow waren hadden het zwaarst geleden.
De grot waar deze groep duisterlingen hun huis van wilden maken was van origine van de Drow  en zoals het de Drow betaamde hadden ze eigenlijk geen behoefte aan andere rassen om zich heen. Daarbij kwam dat de grot was gemaakt voor slechts 500 inwoners en de duisterlingen arriveerden met 1000 personen.
Er was in de eerste weken een groot gebrek aan ruimte, maar ook een groot gebrek aan wederzijds respect. De Drow waren ruimschoots in de meerderheid en lieten dat graag weten aan de andere rassen.
In die eerste weken waren er in die grot meer rellen, gevechten en doden dan in alle eeuwen die daarna kwamen; de Drow wilden per direct hun grot gezuiverd hebben van al het onreine bloed. In groepen van 10 trokken de Drow erop uit om de andere rassen tot slaaf te maken en, als deze personen dat niet wilden, te doden. De Groenhuiden waren al snel zo erg uitgedund dat hun overlevingskans nihil was.
De mogelijkheid voor een vorm van vrede kwam vanuit de Dark Dwarves. Het was slechts een kleine groep, maar zij waren vaardig en standvastig. Ze boden de Matron Mother Brigan Zaphrala aan om meer ruimte in de grot te creëren, zodat er voor iedereen meer leefruimte zou zijn. De voorwaarde was echter dat de Drow op hun beurt in die tijd geen anderen meer zouden vermoorden.
Matron Brigan was er eerst op tegen en wilde het hoofd van de Dark Dwarf liever van zijn romp scheiden, maar de Dark Dwarf was niet onder de indruk en kwam met veel goede argumenten waarom ze dit nodig hadden. Tevens beloofde de Dark Dwarf om de rijkdommen uit de grond die zij zouden vinden te delen met de Drow.
Uiteindelijk gaf de Matron toe aan het plan van de Dark Dwarf. Ze kregen 1 maand de tijd om de leefruimte te verdubbelen. Als ze daarin faalden zouden de Drow alle andere rassen vermoorden, beginnende bij de Dark Dwarves.
De Dark Dwarves gingen als bezetenen aan de slag; ze probeerden nieuwe gangen te maken en zochten naar nieuwe spelonken. De andere rassen hielpen de Dark Dwarves mee, gedreven door angst voor de Drow, maar ook de hoop die de Dark Dwarves brachten.
In het zuiden werd de eerste grote spelonk gevonden. Daar stroomde ook nog een deel van de rivier die bekend was in de oostelijke spelonk.
Ondertussen werd  in het noordwesten van de grot veel vooruitgang geboekt;ook hier werden twee grote spelonken gevonden. De leefruimte was inmiddels meer dan verdubbeld en er waren slechts 3 weken voorbij.
Echter wilden de Dark Dwarves meer, net als de andere rassen. Hoe meer leefruimte er zou zijn, hoe meer ruimte er zou zijn om je te verstoppen van de Drow. In het noorden van de grot werd verder gewerkt, maar daar konden ze echter geen spelonk vinden. Echter, iedereen die meewerkte hakte vol enthousiasme meer weg dan in de weken ervoor en zo maakten zij als het ware een nieuwe spelonk. In deze spelonk werd decennia later het huis van Da’nakor gevestigd, waar zij tot hedendaags nog steeds verblijven.
Na 1 maand kwam de Dark Dwarf terug bij de Matron Mother Brigan Zaphrala. Ze was zeer tevreden over de extra woonruimte die was gecreëerd, maar zoals een ware Drow betaamt wilde ze macht hebben. Ze beval haar dochter om de Dark Dwarf alsnog te doden, maar de Dark Dwarf had dit al verwacht. Een gevecht ontstond en uiteindelijk won de Dark Dwarf door de Matron en haar dochter te doden. De Dwarves ontvluchten het huis en trokken zich diep in de grot terug. De andere rassen namen een voorbeeld aan de vluchtende Dwarves en trokken eveneens dieper de grotten in.
De Drow zetten de achtervolging echter niet in, want hun gelederen waren in chaos. Binnen een paar dagen waren de Drow onderling met elkaar in oorlog om te bepalen wie de nieuwe Matron zou worden. Deze oorlog duurde nog jaren voordat hij voorbij was.
Dit is het moment waarop alle rassen, op de Drow na, een stabiele huizingin de grot vonden.

De balans op het moment dat zij huizing namen in de grot:
drow 400
doom elves in spé: 50
vampiers 100
Draca’s 50
Vrije orks 10
Vrije goblins 10
Slaven Orks 80
Slaven Goblins 100
mensen 50
dark dwarves 50

De oorlog die de Drow onderling voerden duurde ongeveer 20 jaar, maar in die 20 jaar waren de Drow de andere rassen uit het oog verloren. Ze waren zo verwikkeld in hun eigen strijd, dat ze niet doorhadden wat er om hen heen gebeurde.
De duistere rassen die zich hadden teruggetrokken in de grot bouwden daar een stabiele leefomgeving. Ze handelden onderling, bedreven hun eigen politiek en hadden het relatief goed.
Na 20 jaar oorlog stond er een jonge Drow-priesteres genaamd Ellifu’da Da’nakor op. Zij deed wat geen Drow in 20 jaar had bereikt; ze verzamelde de Drow en zorgde ervoor dat de onderlinge oorlog stopte. Ze zorgde ervoor dat de Drow weer naar de andere rassen gingen kijken en die weer gingen zien als de vijand. Vanaf dat moment was Ellifu’da Da’nakor regerend Matron van Ains Eyian.
Ellifu’da sloot een deal met de Vampiers en Draca’s zodat zij op ‘vredige voet’ samen konden leven. Ze sloot een deal met de Dark Dwarves die voor het nodige materiaal zouden zorgen, terwijl de Dwarves op hun beurt voedsel en andere waardevolle dingen zouden krijgen. Als laatste sloot ze een deal met de Doom Elves. De Mensen kregen een deal aangeboden, maar die sloegen ze af. De Drow kwamen met een grote macht en maakten de mensen tot slaven of doodden ze. De vrije Groenhuiden werd geen deal aangeboden en binnen 1 week was er geen vrije Groenhuid meer in Ains Eyian.

Er waren inmiddels 30 jaar verstreken na de verdrijving van de duistere rassen naar de onderwereld.
Ellifu’da regeerde met harde hand en zag er op toe dat de Drow de meeste voordelen kregen. Zo bleven de andere rassen zwak en makkelijk controleerbaar.
Er gingen nog eens 170 jaar voorbij totdat er zich iets roerde in de grotten. Kleine stukken muur her en der in de grot brokkelden af en uit deze ruimtes kwam een nieuw ras tevoorschijn – de Gnomes.
Ellifu’da wilde niks weten van dit nieuwe ras – wat in haar optiek te veel weg had van Goblins – en ze liet alle Gnomes opsporen. Het waren er niet veel, een stuk of 100, maar hun nieuwsgierigheid zorgde ervoor dat zeker de helft van hen de dood bevond. Ellifu’da splitste de groep en bracht de wezens onder bij verschillende Drow-families om te dienen als slaaf.
Ellifu’da zag echter al snel dat deze wezens een bepaalde waarde hadden die ze niet voor mogelijk had gehouden. Het was een paar weken na het verschijnen van de Gnomes dat de familie Da’nakor verhuisde naar de meest noordelijke spelonk in Ains Eyian en daar introk in het grootste en mooiste huis van Ains Eyian.
Een van de kleine ruimtes waar de Gnomes waren verschenen werd meteen in goed gebruik genomen door de Drow en daar bevindt zich tegenwoordig de Driderpit.

Tempels

In Ains Eyian zijn in totaal 4 tempels om de goden te eren.

Twee tempels zijn gewijd aan Lolth en zijn toegankelijk voor iedereen. Deze tempels worden beheerd en onderhouden door de Drow en aan deze tempels is weinig bijzonders op of aan te merken. De namen van deze Tempels zijn  Trelao Yath en Yath lil Golhyrr.

Omdat de Drow de macht hebben in Ains Eyian, en de religie van Lolth voor hen het enige ware geloof is, zijn er geen andere tempels die specifiek aan één bepaalde God of Godin gewijd.
Er is daarom 1 Tempel waar alle andere Goden worden aanbeden, namelijk Mustri sem Idolatress. Deze Tempel wordt door de Drow gedoogd en bestaat alleen maar omdat de Matron Mother een deal heeft gesloten met een aantal rassen. Het is echter uit den boze om Lolth hier te aanbidden. Er zijn daarom altijd Drow van Kyorle d’lil Ku’nal aanwezig om te zorgen dat dit niet gebeurd.
Door de jaren heen is er door meerdere individuen geprobeerd Tempels op te richten voor diens God of Godin. Deze werden echter meteen verwoest door Kyorle d’lil Ku’nal en van de oprichters is daarna geen spoor meer gevonden.

De laatste tempel is  Quar’valsharess. Dit is een mysterieuze tempel waar weinig over bekend is en waar je niet zomaar toegang toe krijgt. Door wie deze tempel wordt beheerd en welke goden hier worden aanbeden, is onbekend.

Groeperingen

Kyorle d’lil Ku’nal

Kyorle d’lil Ku’nal is een groep van ongeveer 20 Drow die als wachters van de Tempels dienst doen. Zij onderhouden de Tempels van Lolth en zien er op toe dat de regels in Mustri sem Idolatress worden nageleefd. Zij houden er tevens toezicht op dat er geen andere Tempels of Shrines van andere goden worden opgericht, of dat men dergelijke heilige plaatsen van Lolth zonder de toestemming van de Matron creëert. Zij worden in de volksmond ook wel ‘de slachters van het geloof’ genoemd.
Een gouden spin is het teken dat op hun paarse tabards prijkt. Ze boezemen bij menig priester en priesteres enorme angst in; deze geloofsdieners zijn in de aanwezigheid van de Kyorle d’lil Ku’nal vaak bang dat ze de regels niet hebben nageleefd of een misstap hebben begaan.

De leiders van deze groep zijn Nimgos Da’nakor, de eerste zoon van Ellifu’da Da’nakor, en Saraka Da’nakor, de tweede dochter van Ellifu’da.
Saraka is de spirituele leidster van Kyorle d’lil Ku’nal en een hogepriesteres van Lolth. Zij zou in contact staan met Lolth en daarom besluit zij wat er in bijna elke tempel op spiritueel gebied gebeurt; echter is er 1 Tempel die zij niet kan betreden en dat is de Tempel Quar’valsharess. Zij wordt glashard bij de deur geweigerd. Haar broer Nimgos is daar wel welkom en Saraka haat hem daarvoor. Hun moeder zegt echter dat het zo is geregeld en dat Saraka niet moet proberen deze verdeling te veranderen en Saraka volgt, trouw aan haar moeder, braaf dit bevel op.
Nimgos is de leider van de militaire kant van Kyorle d’lil Ku’nal en hij is een Magiër die  de stromingen Blood en Shadow beheerst. Hij zorgt dat priesters en priesteressen die hun boekje te buiten gaan worden opgespoord en dat er met hen wordt afgehandeld. Zijn reputatie is dat hij zeer wreed is, maar niemand heeft ooit nog een persoon gesproken nadat hij of zij in de handen van Nimgos terecht was gekomen.

The Purple Haze

The Purple Haze is in veel opzichten een mysterie, maar staat wel bekend als één van de militaire organisaties van Ains Eyian. Het is geen geheim dat deze groepering zich met vrijwel alle onderdelen van het duistere circuit bezig houdt. De groep bestaat al eeuwen lang en er wordt gefluisterd dat de groep oorspronkelijk is opgericht door Jysnaste Zaphrala; tweede zoon van de Matron Mother Brigan Zaphrala. Hij was om onbekende politieke redenen door zijn huis verstoten. Het is eveneens geen geheim dat The Purple Haze andere verstotenen en deserteurs om zich heen verzamelt – met name gevallen, mannelijke drow – om zo als groep meer kans te maken om het hoofd boven water te houden. Dit was eens de instelling, eeuwen geleden, en deze is nooit veranderd.
De wil en de doelstelling om volledig autonoom te kunnen functioneren, om niet van de andere machten in Ains Eyian afhankelijk te zijn, heeft er toe geleid dat The Purple Haze zich in verschillende disciplines heeft bekwaamd. Veel van deze disciplines zijn en blijven een mysterie, maar dat zij uitblinken in krijgskunst en het bedrijven van vele duistere praktijken maakt dat zij alom worden gevreesd door de inwoners van Ains Eyian.
De organisatie dankt haar naam en symbool – een witte bloem op een paarse achtergrond – aan de gelijknamige plant – The Purple Haze. Waar deze plant vandaan komt weet niemand en het wordt gezegd dat dit het best bewaarde geheim is binnen The Purple Haze; alleen de hoogst geplaatste leden weten dit. Logica dicteert dat deze plant van buiten de grotten moet komen, of hier ooit groeide maar is vernietigd. Het is wel bekend dat deze plant dodelijke effecten heeft en daarom een zeer geliefd middel voor de leden van The Purple Haze is voor het uitvoeren van sluipmoorden.

The Purple Haze heeft een onbekend aantal leden die zichzelf en hun organisatie prima tegenover de grotere machten staande kunnen houden. Wie er aan het hoofd van de organisatie staat is onbekend, maar dat The Purple Haze contacten met de Matron onderhoudt weet iedereen – het blijft echter giswerk wat de Matron hiermee wint en waarom ze de aanwezigheid van The Purple Haze gedoogt.

Bijzondere individuen

Durug en Xurug

Durug en Xurug waren twee Orken en geliefden van elkaar. Toen de duistere rassen 1000 jaar geleden naar de onderwereld werden verdreven leefden zij als vrije Orks in de grot van Ains Eyian, maar toen de oorlog tussen de drow na 30 jaar voorbij was vielen Durug en Xurug al snel aan de Drow ten prooi. Elke Groenhuid werd gevangen genomen en tot slaaf gemaakt, zo ook Durug en Xurug. Ze werden van elkaar gescheiden en Xurug kwam te werken voor huize Da’nakor, terwijl haar geliefde Durug kwam te werken voor een Drow familie genaamd Maetyl.
Laat je niet misleiden, want ondanks het feit dat Durug en Xurug Orks waren en tot de duistere rassen behoorden, waren zij wel degelijk in staat deze hartverscheurende gebeurtenis te voelen. Het contact tussen de geliefden werd gebroken en Xurug rouwde om haar verloren man. Ze wist niet of dat hij nog leefde, hoe hij er aan toe was en waar hij was. Durug op zijn beurt vroeg zich hetzelfde af over zijn geliefde Xurug.
Dagen werden weken, weken werden maanden en maanden werden jaren. De pijn die beide Orks jaren geleden hadden gevoeld toen ze werden gescheiden, had zich omgezet in een diepgegronde haat jegens de Drow. Steeds vaker weigerden zij hun taken en schopten ze rellen met als gevolg dat ze beiden keer op keer door hun marterlaars werden afgebeuld.
Huize Da’nakor was het gedrag van Durug op een gegeven moment zo zat dat ze hem mee namen naar de slavenmarkt om hem te verkopen. Daar op de slavenmarkt schopte Durug een rel van grootse proporties; hij vernietigde meerdere marktkramen en sloeg met zijn blote vuisten de slavenhandelaars neer.
Zijn woede was zo groot dat hij niet meer helder kon nadenken en alles en iedereen als een vijand beschouwde. Op het moment dat hij op het punt stond om een Drow neer te slaan werd hij ineens midden in zijn slag tegengehouden door een hand die hem vastgreep. Woedend en brullend keek hij om zich heen om te zien wie hem vast hield, maar hij zag niemand.
Tussen de rijen van personen die zich om Durug hadden verzameld om het gevecht te zien stapte een Draca naar voren. Zijn handen bewogen in de lucht en Durug voelde langzaam dat hij de controle over zijn lichaam verloor. Deze Draca wist controle te houden over de krachtige furie die zich in Durug bevond. De Drow van Da’nakor wilde maar al te graag van Durug af zijn en hieven hun zwaard om hem te doden. Echter, de Draca stond dat niet toe en hij betaalde de Drow om Durug te kopen.
Al snel verspreidde het verhaal zich door Ains Eyian en kwam het verhaal Xurug ter ore. Voor het eerst sinds jaren leefde ze weer op, wetende dat de Ork waar ze zo van hield nog steeds in leven was, maar haar hoop vervloog snel – ze wist niet hoe ze bij hem moest komen, laat staan dat hij wist dat zij nog leefde. Echter, het kleine beetje hoop dat Xurug had wakkerde weer aan en ze zwoer haar geliefde Durug weer in haar armen te sluiten, al zou het het laatste zijn wat ze deed.
Zo begon Xurug met het opstoken van de andere slaven en bad ze naar Soïtura voor hulp. Weken gingen voorbij en toen de ideale kans zich voordeed liet Xurug deze niet voorbij gaan. Op een onbewaakt moment vielen de slaven, onder leiding van Xurug, de Drow die hen bewaakten aan en overmeesterden ze hen.m na te denken, omdat de familie Maetyl haar op de hielen zat.Ze rende zonder te weten waarheen door de grotten van Ains Eyian en liet een pad van destructie in haar wake. Alles en iedereen die haar in de weg stond moest eraan geloven.
Terwijl ze blind voor haar omgeving door rende botste ze ineens tegen iemand aan. Met al haar kracht sloeg ze de persoon om die aan de kant te maaien, zodat ze kon vluchten, maar deze persoon was sterk en bood weerstand. De twee rolden al vechtend over de grond. Op een goed moment ving zij een glimps op van de persoon waarmee ze in gevecht was en iets achterin haar hoofd schreeuwde haar te stoppen met vechten.
Xurug gaf zich over en greep de persoon vast in het gezicht. De aanvaller keek wild uit zijn ogen terwijl het bloed van zijn mond droop. Het waren slechts een paar seconden, maar voor Xurug duurde het een eeuwigheid voordat de wildheid uit de ogen van haar aanvaller verdween.
Op dat moment doorboorden meerdere zwaarden het vechtende koppel en pijn schoot door Xurug heen. Echter, terwijl het leven haar langzaam verliet realiseerde ze zich 1 ding; Soïtura had haar smeekbeden gehoord.
Het was het laatste wat Xurug deed, zoals ze had gezworen – ze stierf in de armen van haar geliefde Durug, en hij in de hare.
De rellen die beide Orks hadden veroorzaakt in hun zoektocht naar elkaar hebben er jarenlang voor gezorgd dat slaven menig familie hebben ontwricht. Allen wilden wat Xurug en Durug hadden, maar door de eeuwen heen werd deze gebeurtenis een verhaal en verhalen veranderen, zoals we weten,  in mythes, en mythes in legenden. Hedendaags wordt er getwijfeld aan de waarheid van deze legende, maar geen legende ontstaat zonder een kern van waarheid. Toch inspireert deze legende tot op de dag van vandaag  nog steeds vele slaven.

Een dag uit het leven van Ains Eyian

Het dagelijkse leven in Ains Eyian werd voor het wegvallen van de muur en de hernieuwde strijd tegen de Bovenwereld gekenmerkt door schermutselingen, martelingen en moord onder de vijf dominante rassen – om over het lot van de slaven nog maar te zwijgen. Het ziet er ook niet naar uit dat dit op korte termijn zal veranderen; het is een wrede samenleving die is ingericht om de heerschappij van de Drow en de verering van Lolth boven de andere goden te dragen. Dit laatste is onder andere te merken aan de tempels in Ains Eyian: Van de vier tempels zijn er drie aan Lolth gewijd; de vierde is bestemd voor de verering van de andere goden en wordt door de Drow gedoogd.
De dagelijkse gang van zaken in dit grottencomplex draait dan ook om het behoud van domein – iets dat terugkomt in eerdergenoemde religie, handel, militaire macht, en de verdeling van de offers van de bovenwereld. De Drow oefenen een constante druk uit op de Dark Dwarves, Doom Elves, Vampiers en Draca’s en de leden van deze rassen doen er op hun beurt alles aan om hun positie ten opzichte van de andere rassen te behouden. Dit is met name moeilijk voor de Doom Elves, sinds een groot aantal van hen na de val van de muur zijn vertrokken.
De positie van de slaven – de Orks, Goblins, Mensen en Gnomes van Ains Eyian – is vanzelfsprekend; de leden van deze rassen worden daar waar ze het meest nuttig zijn ingezet en hun levens zijn nooit zeker. Het wegvallen van de muur heeft dit niet veranderd, ook al zijn sommige Orks door de leider van hun ras in Dokart Eyian vrijgekocht en zijn er een aantal Gnomes door hun soortgenoten uit dit stelsel bevrijd.